LDAP-synchronisatie is nu gemakkelijker af te stellen. In plaats van te vertrouwen op één algemene frequentie voor alle directory-gegevens, kunnen beheerders nu afzonderlijke synchronisatieperioden definiëren voor gebruikers en voor contacten. Elke parameter is beschikbaar in een eigen configuratiegebied, waardoor het synchronisatiegedrag kan worden aangepast aan de operationele behoeften. Gegevens van gebruikers kunnen bijvoorbeeld vaker worden ververst dan gegevens van contactpersonen als dat nodig is.